‘Dit is dé tijd om een cleantech-startup te beginnen’

 AFBEELDING CLEENTECH

 

2 ton subsidie voor het verfijnen van hennepvezels, een nieuw ‘miljoenenbedrag’ voor een techniek die scheepschroeven vervangt door een vleugel en een nog onbekende jonge onderneming die volgende week een subsidie gaat binnenhalen voor een project van 1,2 miljoen: de startups van cleantech-incubator Greenhouse Arnhem beginnen twee jaar na de oprichting van de incubator hoge ogen te gooien.

Nog niet iedereen weet het, maar Industriepark Kleefse Waard is de Cleantech Valley van Nederland, zegt Louis de Boer, oprichter van Greenhouse Arnhem. De op het industriepark gevestigde incubator bood tot nu toe onderdak aan 18 startups; op dit moment zijn het er 13.

Het bedrijventerrein werd in een iets grijzer verleden gebruikt als R&D-locatie van chemiebedrijf AkzoNobel. Daarna groeide vanaf 2002 bijvoorbeeld het bedrijf Hygear (lokale waterstofproductie voor industriebedrijven) uit tot een bedrijf van 70 mensen. Ook Accsys, dat regulier hout bewerkt tot een concurrent voor hardhout, groeide op die plek uit tot een beursgenoteerd bedrijf met 120 medewerkers.

Spontaan

‘ Dat soort succesverhalen wilden we meer zien op dit terrein, en daarom zijn we met Greenhouse begonnen’, zegt De Boer. ‘Als dit soort bedrijven hier al bijna spontaan ontstaat, dan moet je dat potentieel nog beter benutten.’

Samen met Kiemt, een het netwerk van 250 cleantechbedrijven in het oosten van Nederland, zette hij de stichting Greenhouse Arnhem op. Die vorm werd mede gekozen met het oog op het in aanmerking kunnen komen voor subsidies; de incubator krijgt bijvoorbeeld steun van de gemeente Arnhem en de provincie Gelderland.

Maar net zo belangrijk is volgens De Boer dat zijn stichting geen winstoogmerk heeft. ‘De winst zit ‘m erin dat we een aantal startups groot krijgen.’

Netwerk

Bij Greenhouse krijgen startups als Deepwater Energy (onderwatermolens), HyMove (bussen op waterstof) en Dr Ten (zeezoutbatterij), net als bij incubators als UtrechtInc en Yes!Delft, ondersteuning van een netwerk van investeerders, launching customers en strategische partners. De starters krijgen geen directe financiële steun, maar worden via bemiddeling wel richting investeerders en subsidiemogelijkheden gesluisd.

Een belangrijke partner is verder PPM Oost, de de regionale investeerder in Gelderland en Overijssel. De Greenhouse-startups zitten ‘nog net voor de markt’, licht De Boer toe. ‘Als de grote investeerders nog afhaken, biedt PPM Oost wel mogelijkheden. Dat is heel belangrijk, als je in een fase zit waarbij het product nog niet volledig ontwikkeld is.’

O-Foil

Startup O-Foil scoorde vorig jaar al ton groeigeld als runner-up bij de Green Challenge, een competitie voor duurzame startups. Nu staat staat het jonge bedrijf, dat een alternatief voor scheepsschroeven heeft ontwikkeld (zie foto boven artikel), op het punt om ‘een miljoenenbedrag’ op te halen, kondigt De Boer aan.

En er is nog een startup – die hij helaas nog niet kan noemen – die volgende week een investering van 1,2 miljoen euro bekend gaat maken.

Hennep

Verder werd vrijdag bekend dat Greenhouse-telg StexFibers verder kan groeien met 200.000 euro subsidie van de provincie Gelderland. Stexfibers ontwikkelt hennepvezels voor de textielindustrie. Dat gebeurt met een zogeheten ‘stoomexplosie-installatie’ die ruwe vezels van de hennepplant verwerkt tot een verspinbare vezel.

Het is een voorbeeld van de specialistische kennis die je als cleantech-incubator nodig hebt. Het gaat niet alleen om een simpel kantoor, wil De Boer maar zeggen. Om zulke successen te kunnen behalen staat een goed businessplan voorop. Het is geen kwestie van alleen maar ‘technisch fröbelen’, wil De Boer maar zeggen.

Betere wereld

En daarnaast hoort idealisme erbij, zegt De Boer over de ‘clean’ in cleantech. Voor de productie van hennep, waar StexFibers zich op heeft gestort, is bijvoorbeeld 95 procent minder water nodig dan katoen en voor de teelt zijn geen chemicaliën nodig. ‘Wij denken dat de tijd nu rijp is om een cleantech-startup te beginnen’, zegt De Boer, met een schuin oog kijkend naar de successen van Tesla. De bewustwording dat het duurzamer moet, groeit volgens hem. ‘We noemen het ook wel de nieuwe industriële revolutie. Ook de bestaande industrie vergroent. Er komt ook steeds meer duurzame technologie beschikbaar en het wordt gangbaar. Kijk maar naar zonnepanelen, windenergie en laadpalen.’

‘Dat zeg ik vanuit economisch perspectief, en aan de andere kan zit er ook wel een klein beetje idealisme achter. We zijn verantwoordelijk voor hoe we de aarde overdragen aan de volgende generatie.’ Nee, Greenhouse is bewust niet op zoek ‘geitenwollensokkenondernemers’, benadrukt hij. ‘Maar we kijken zeker ook of de business ook ecologisch meerwaarde biedt.’

Uitvliegen

Er is geen limiet aan het aantal startups binnen Greenhouse, of hoe lang ze mogen blijven zitten. Wel betalen de bedrijven wel elk jaar een paar tientjes meer voor hun huisvesting; na vier jaar komen ze zo op een commercieel huurniveau. ‘Op een gegeven moment zit daar een prikkeling in om verder te trekken.

‘Zoals het er nu naar uit ziet, dan zal bijvoorbeeld ThermoSmart de eerste zijn die gaat uitvliegen’, zegt De Boer. ThermoSmart, een slimme wifi-thermostaat, was vorig jaar een van de crowdfundinghits van Nederland en heeft de Bijenkorf binnengehaald als eerste klant; het warenhuis gaat de Nest-concurrent van eigen bodem volgende week introduceren tijdens de Dwaze Dagen.

Als de startups eenmaal voor het eerst gefinancierd zijn, dan helpt Greenhouse ze totdat ze winst maken; daarna moet het echt op eigen kracht. ‘Uiteindelijk mikken we op twee bedrijven per jaar die uitvliegen. Dat hoeft niet ver te zijn, het industriepark biedt genoeg ruimte om op te schalen. Als je hier groot wordt, dan hoef je je visitekaartje niet te veranderen.’

Bron: www.Sprout.nl 29.09.214

Comments are closed.

CONTACT

Elektronicaweg 14a
2628 XG DELFT
The Netherlands
+31 88.28.48.605






serviced by Bokxing IT
secure & sustainable hosting by 1A First Alternative